Melanomen ontstaan uit moedervlekken (in 30 procent van de gevallen) of uit nieuw gevormde pigmentvlekken.
Het melanoom is de kwaadaardigste vorm van huidkanker omdat het uitzaaiingspatroon agressief en onvoorspelbaar is. Er zijn vier typen melanoom. De meest voorkomende typen bij blanken zijn het superficial spreading melanoma (SSM) en het nodulaire melanoom (NM). Het lento maligna melanoom (LMM) komt vooral bij ouderen voor en is zeldzaam. Het acrolentigineuze melanoom (ALM) komt voor bij mensen met een gepigmenteerde (donkere) huid en is eveneens zeldzaam.
Melanomen veranderen van grootte, dikte en kleur. De rand wordt vaak onregelmatig en de patiënt krijgt last van jeuk. Ook kunnen zweervorming en bloedingen optreden. Bij verandering van een moeder- of pigmentvlek moet iemand daarom altijd met spoed naar de dokter.
Basaalcelcarcinoom is de minst kwaadaardige vorm van huidkanker. Het groeit zeer langzaam en zaait vrijwel nooit uit. Basaalcelcarcinomen ontstaan uit de onderste (basale) laag van epitheelcellen die de bovenste laag van de huid (opperhuid) vormen. De tumor begint meestal met een glad, glazig, grijs-roze knobbeltje waarin soms wijde bloedvaatjes zichtbaar zijn. Zonder behandeling groeit de tumor door tot in weefsel onder de huid. Dit carcinoom komt meestal voor in het gezicht maar steeds meer ook op de romp.
Plaveiselcelcarcinoom onstaat ook uit de epitheelcellen van de opperhuid. Dit type groeit sneller dan het basaalcelcarcinoom en kan, al is het vrij zeldzaam, uitzaaien in de dichtbij gelegen lymfeklieren. Bij vroegtijdige behandeling is volledige genezing mogelijk. De tumor ontstaat vaak op plaatsen waar de huid geprikkeld is door een langdurige ontsteking of een hardnekkige zweer. Soms is de tumor bedekt met een schilferige korst. Basaalcelcarcinoom komt het meest voor op lichaamsdelen die in de zon komen zoals het gezicht en de rug van de handen.