


|
Publicaties |
|
Let op de zon |
|
Survey UV filters in antizonnebrandproducten |
|
12 mei 2005 - rapport De VWA/KvW heeft 160 antizonnebrandmiddelen onderzocht op de aanwezigheid en de concentratie van UV filters. Uit het onderzoek is gebleken dat in 12 (8%) monsters de maximale limiet van Bijlage VII van EEG Richtlijn 76/768 werd overschreden. In 3 van deze monsters werd een overtreding van meer dan 1 keer de wettelijke eis geconstateerd. Verder kan de claim m.b.t. UV-A bescherming in een aantal monsters niet worden waargemaakt door het ontbreken van een UV-A filter.Het verhandelen van antizonnebrand producten met een te hoge concentratie aan toegelaten UV filters is in strijd met het gestelde onder artikel 6 van de Warenwetregeling nadere eisen cosmetische producten. Hierin staat dat cosmetische producten de in Bijlage VII van de in de richtlijn genoemde UV-filters uitsluitend in de in die bijlage bepaalde gehalten en met inachtneming van de in de bijlage gestelde voorwaarden mogen bevatten. Verder is het opmerkelijk dat in 18 monsters (11%) de volgende afwijkingen zijn geconstateerd:- een ander filter gebruikt dan aangegeven op het etiket- een op het etiket aangeven filter niet aanwezig in het monster- geen vermelding van het soort UV filters op het etiketDe VWA/KvW treedt tegen deze afwijkingen op.UV filters 4 (benzophenone-3), 8 (butyl methoxydibenzoylmethane), 12 (ethylhexyl methoxycinnamate), 18 (4-methylbenzylidene camphor) en 27 (titanium dioxide) worden verreweg het meest gebruikt als UV filter in antizonnebrand producten. |